| Overzicht 'permanente bewoning' |
|
|
|
|
VNG Document Hieronder gedeeltes uit het ADOBE pdf bestand. Overzicht van gebeurtenissen rond 'permanente bewoning' Pagina 2: Is er een definitie van onrechtmatige bewoning en van permanente bewoning? Pagina 3: Jurisprudentie: Pagina 4: Aan welke eisen van het bouwbesluit moet een woning voldoen bij een persoonsgebonden beschikking? Pagina 5: Moet de peildatum van 31 oktober 2003 gehanteerd worden? Pagina 6: Zijn er instrumenten om permanente bewoning tegen te gaan? Pagina 7: Welke bewijsgegevens kunnen gebruikt worden in het kader van een bestuursrechterlijke handhavingprocedure? Pagina 8: Brief van VNG aan Vaste Kamercommissie VROM d.d. 26 oktober 2004. {mospagebreak} Bestaan er definities van, of is er jurisprudentie over hoeveel maanden/dagen per jaar de woning tenminste bewoond dient te worden voor permanente bewoning? " Kern van het probleem is dat het permanent bewonen van recreatieverblijven in bestemmingsplannen niet is toegestaan, maar dat het desondanks in de praktijk voorkomt. Juridisch gezien gaat het bij permanente bewoning van recreatieverblijven niet om de duur ervan (permanent of tijdelijk), maar om strijdigheid van de activiteit met de geldende planvoorschriften, in dit geval de bestemming 'recreatie'. In het vervolg van deze brief spreek ik kortheidshalve over onrechtmatige bewoning. Onrechtmatige bewoning komt eveneens voor in stacaravans, chalets en volkstuinhuisjes e.d.. Ook voor deze situaties is het beleid duidelijk: het gebruik (onrechtmatige bewoning), ongeacht de tijdsduur, is in strijd met de bepalingen van het bestemmingsplan." (Beleidsbrief minister 11 november 2003) "Het permanent bewonen van een vakantiehuisje of stacaravan
betekent dat u ergens anders geen andere, zelfstandige legale
woonruimte heeft dan het adres van uw recreatiewoning. Uw
hoofdwoonverblijf, zoals ze dat noemen, is de plek waar u gedurende het
hele jaar of het grootste deel van het jaar feitelijk woont. (Harderwijk, LJN: AN7996, Raad van State, 200301877) (Buren, LJN: AO0252, Raad van State, 200303570/1)
(Vb. gemeente Bernheze hanteert permanente bewoning als de bewoner een half jaar plus 1 dag aanwezig is in de bewuste woning.) Gemeenten mogen inschrijving in de GBA niet weigeren volgens de wet, althans niet op grond van het feit dat iemand slechts een recreatiewoning bezit. Voor de Wet GBA telt dat iemand feitelijk binnen de gemeentegrenzen verblijft gedurende bepaalde tijd; artikel 1 van de Wet GBA (lid a en b) gaan daar nader op in (zie onder). Of het rechtmatig is dat je daar (permanent) verblijft, is een andere vraag, die niet relevant is (geen criterium) voor inschrijving in de GBA. Dus ook als iemand niet binnen een gemeente mag wonen, is de gemeente verplicht diegene in te schrijven als diegene er langere tijd verblijft. Het feit dat je in een GBA staat ingeschreven, betekent dan ook niet automatisch dat je hier ook over een 'hoofd woonverblijf" beschikt. Wanneer een gemeente meent te kunnen aantonen dat iemand niet feitelijk binnen de gemeentegrenzen verblijft, zou eventueel wel uitschrijving kunnen plaatsvinden, maar dat zal dan langs bestuursrechterlijke weg moeten plaatsvinden. In artikel 1 van de Wet GBA staat wordt het " woonadres" als volgt omschreven: a. het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten; b. het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder a, betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derden van de tijd zal overnachten. {mospagebreak}Aan welke eisen van het bouwbesluit moet een woning voldoen bij een persoonsgebonden beschikking? Een eis bij legalisering en bij de persoonsgebonden beschikking is dat woningen moeten voldoen aan de eisen van het bouwbesluit. In principe niveau nieuwbouw maar bij bestaande bouw geldt het 'rechtens verkregen niveau' dat wel boven het niveau Bestaande bouw moet liggen. Er wordt gesproken over woningen. Stacaravans en chalets vallen hier niet onder. (Dhr. E. Beerens VROM-inspectie Regio Zuid) Uit het bouwbesluit 2003, art. 1.13: Alle woningen dienen te voldoen aan het bouwbesluit van 2003. Niet permanente bouwwerken moeten ten minste voldoen aan de voorschriften met betrekking tot de staat van een bestaand bouwwerk. Voor veel gemeenten is het onduidelijk hoe omgegaan moet worden met
het bouwbesluit en de persoonsgebonden beschikking ten behoeve van het
gedogen van de onrechtmatige bewoning van stacaravans en chalets. Het
wordt als onredelijk gezien om de stacaravans en chalets voor een
beperkte periode te laten voldoen aan het bouwbesluit. ('Onrechtmatige
bewoning van recreatieverblijven', Vrom-Inspectie, 6-10-2004) Moet de peildatum van 31 oktober 2003 gehanteerd worden? Volgens het rijksbeleid uit de brief van de minister d.d. 11 november 2003 aan de Tweede Kamer moeten gemeenten onrechtmatig gebruik óf gaan legaliseren óf daartegen handhavend gaan optreden. Daarbij is de uiterst mogelijke peildatum 31 oktober 2003. Situaties van onrechtmatige bewoning die ná die 31e oktober ontstaan komen niet in aanmerking voor een persoonsgebonden beschikking. Door de publicatie van het rijksbeleid kon het voor een ieder duidelijk zijn dat in ieder geval vanaf die peildatum een gemeentebestuur - ook indien het jarenlang niet heeft opgetreden tegen onrechtmatige bewoning - binnen afzienbare tijd ten aanzien van de concrete bestaande onrechtmatige situaties duidelijkheid aan de burger zal bieden. Vanaf die peildatum kon er redelijkerwijs niet meer op worden vertrouwd dat tegen overtreding van het verbod om recreatiewoningen permanent te bewonen niet zal worden opgetreden. Voorbeeld: De gemeente Waalwijk heeft haar concepthandhavingsbeleid medio mei 2004 bekendgemaakt. Dit laat de peildatum van 31 oktober 2003 onverlet. Ook het tot medio mei passief gedogen c.q. niet actief handhaven door de gemeente doet niets aan die peildatum af, omdat het - zoals gezegd - er primair om gaat dat er vanaf dat tijdstip duidelijkheid over bestond dat er binnenkort ter zake iets zou gaan veranderen. (Mevr. Tynke Straathof, Senior Publieksvoorlichter Ministerie van VROM){mospagebreak} Zijn er instrumenten om permanente bewoning tegen te gaan?
In het boekje Wonen of recreëren (2002) (Groene reeks,
nr. 128) van de VNG staan tips om permanente bewoning tegen te
gaan: -Verbod van permanente bewoning in het bestemmingsplan (WRO) "Het bestemmingsplan vormt de juridische basis om het permanent wonen in recreatieverblijven tegen te gaan. Een gemeente zal daarom moeten beschikken over een actueel en adequaat bestemmingsplan." Er zijn instrumenten die als flankerend beleid kunnen worden ingezet: -Gemeentelijke basis administratie -Bouwvergunningplicht (Woningwet): -Bijhouden van een (nacht)register: -Privaatrechterlijke overeenkomsten met verbod op permanente bewoning: De gemeente kan een overeenkomst sluiten met de recreatieondernemer waarin wordt vastgelegd dat de ondernemer permanente bewoning op zijn terrein niet zal toestaan. (vb. gemeente Apeldoorn) - Andere mogelijkheden zijn te kijken naar de hypotheekrente aftrek, sinds de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt deze beperkt tot 1 woning. - Tevens kan het nuttig zijn om in bestanden met persoonsgegevens te zoeken naar het recreatieadres. Zoals kadastrale registratie, telefoonboek, energierekeningen. {mospagebreak}Welke bewijsgegevens kunnen gebruikt worden in het kader van een bestuursrechterlijke handhavingprocedure? In een overleg tussen de gemeenten Ermelo, Putten en Harderwijk is er vanuit de ervaringen van deze gemeenten een conceptlijst opgesteld met minimale bewijsgegevens. Hetgeen wat met name van belang is, is een beschrijving van de feitelijke situatie in combinatie met één of meerdere foto's van het recreatieverblijf. Het aspect van de feitelijke waarnemingen verdient duidelijk meer aandacht dan de gebruikelijke controlelijsten. Concept-lijst minimale bewijsgegevens opgesteld naar aanleiding van het overleg tussen Ermelo (R. Oosterveer), Putten (H. Vooren) en Harderwijk (M. Huisman) Algemene tips en aanbevelingen
Tot slot nog enkele algemene tips en aanbevelingen
dat betrokken hier zijn hoofdverblijf heeft). Het is een kleine moeite om de aanschrijving naar beide adressen te versturen, maar het kan een heleboel problemen voorkomen! Vervolgens is er nog geïnventariseerd welke gegevens nog meer van belang kunnen zijn om een procedure te laten slagen. Aanbevelenswaardig- indien er sprake is van een inschrijving in het GBA elders, een (digitale) foto van het hoofdwoonverblijf aldaar; - een plattegrond van het betreffende woonverblijf, indien er sprake is van een inschrijving in het GBA elders; - gegevens vanuit de gemeentelijke afdelingen Welzijn & Onderwijs over een verstrekte toelage schoolkosten-vergoeding bijzonder onderwijs. Het kan voorkomen dat iemand een dergelijke toelage verkrijg voor het leerlingenvervoer vanuit de recreatiewoning naar de betreffende school. Daarnaast wordt gedacht aan gegevens uit de leerplichtadministratie. Deze zijn te raadplegen door de leerplichtambtenaar. Hieruit kan bijvoorbeeld naar voren komen dat iemand zijn zoon of dochter naar een school laat gaan in dezelfde plaats waar ook het recreatieverblijf is gelegen.
Mogelijk dat hieruit naar voren komt dat iemand die zogenaamd niet in een recreatieverblijf woont, toch in deze plaats lid is van een vereniging en zodoende deelneemt aan het verenigingsleven (een aanwijzing voor het feit dat het centrum van het sociale leven zich ook afspeelt in de gemeente van de recreatiewoning);
- gegevens of men staat ingeschreven bij plaatselijke woningcorporaties als woningzoekende;
Deze aanvullende gegevens kunnen met name een rol spelen bij het weerleggen van ingediende zienswijzen en of bezwaren. In deze lijst met zaken die aanbevelingswaardig zijn, staan een aantal zaken die niet zonder meer verkregen kunnen worden. Zo zal het opvragen van gegevens bij nutsbedrijven op bezwaren van deze bedrijven kunnen stuiten. Zij overtreden de Wet bescherming persoonsgegevens door deze gegevens te verstrekken aan derden voor een ander doel dan waarvoor ze zijn verzameld. In dit kader kan het inzet van het instrumentarium op grond van de Wet Economische Delicten dan wellicht ook een uitkomst bieden. De mogelijkheden om bewijzen te vergaren kunnen hiermee worden vergroot. {mospagebreak}Brief van VNG aan Vaste Kamercommissie VROM d.d. 26 oktober 2004.
Leden van de Vaste Kamercommissie voor Onderwerp: VNG-reactie op wetsvoorstel Wijziging Woningwet (29 392) Datum: 26 oktober 2004 Geachte Commissieleden, Op 5 januari 2004 heeft de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) het wetsvoorstel tot wijziging van de Woningwet (verbetering handhaafbaarheid en handhaving bouwregelgeving) bij de Tweede Kamer ingediend. Dit wetsvoorstel is op 20 september jl. aangevuld met een nota van wijziging (TK 2003-2004, 29 392, nr. 7). Wij kunnen op hoofdlijnen instemmen met het voornoemde wetsvoorstel, maar plaatsen kanttekeningen bij de handhaafbaarheid van de zorgplicht, het verdwijnen van de mogelijkheid tot aanschrijven uit anderen hoofde, de introductie van het handhavingsbeleidsplan en de ministeriële vorderingsbevoegdheid in samenhang met het wetsvoorstel voor een nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Met de stroomlijning van de gemeentelijke aanschrijvingsbevoegdheid
teneinde deze bevoegdheid beter hanteerbaar te maken, gaat een lang
gekoesterde wens van de VNG in vervulling. Het wetsvoorstel schept
duidelijkheid voor de burger en maakt het voor gemeenten eenvoudiger om
de burger aan zijn verplichtingen te laten voldoen. Daarentegen werkt
de wijziging van de aard van de regels en de opname van meer
verbodsbepalingen een sterke groei van het aantal overtredingen in de
hand. Gemeenten zullen naar verwachting niet in staat zijn op te treden
tegen alle overtredingen, waardoor de noodzaak tot gedogen zou kunnen
ontstaan. Hieronder brengen wij onze opmerkingen op het wetsvoorstel onder uw aandacht. Achtereenvolgens gaan wij in op de handhaafbaarheid van de zorgplicht, het verdwijnen van de mogelijkheid tot aanschrijven uit anderen hoofde, de introductie van het handhavingsbeleidsplan en de ministeriële vorderingsbevoegdheid in samenhang met het wetsvoorstel voor een nieuwe Wet ruimtelijke ordening. Handhaafbaarheid van de zorgplicht (artikel 1a) Verdwijnen van de mogelijkheid tot aanschrijven uit anderen hoofde (artikel 13) Handhavingsbeleidsplan (artikel 100c) Het opstellen van een handhavingsbeleidsplan is bovendien een activiteit, waarvoor gemeenten kosten moeten maken. Op grond van artikel 110, vijfde lid Gemeentewet wordt een beleidsplan of een beleidsverslag niet van een gemeentebestuur gevorderd of gevraagd dan nadat is aangegeven hoe de financiële gevolgen ervan voor de gemeente worden gecompenseerd. Die kosten vallen aldus de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel weg tegen de vermeende verlichting van taken als gevolg van de vereenvoudiging van de handhavingssystematiek en het handhavingsinstrumentarium. Deze vereenvoudiging levert echter slechts een marginaal voordeel
op, omdat spoedeisende gevallen daargelaten nog steeds een procedure in
gevolge artikel 4:8 Awb dient te worden gevolgd alvorens een
handhavingsbesluit kan worden genomen. Wij zijn van mening dat er,
zeker op het niveau van de individuele gemeente, geen sprake kan zijn
van kostenneutraliteit en baseren ons standpunt mede op dezelfde MvT
bij het wetsvoorstel waarin in paragraaf 3.1.4 wordt gesteld dat het
merendeel van de gemeenten beschikt over een bestaande woningvoorraad
van redelijke kwaliteit. Naar onze mening dient een door de gemeenteraad vastgesteld handhavingsbeleidsplan als uitgangspunt voor het tweedelijnstoezicht door de VROM-inspectie. De controle door de VROMinspectie kan dan plaatsvinden aan de hand van de jaarlijkse verslaglegging aan de gemeenteraad en kan daarmee veelal ook volstaan. Ministeriële vorderingsbevoegdheid in relatie tot het wetsvoorstel voor een nieuwe Wro Wij maken ons echter grote zorgen over de (toekomstige) reikwijdte
van de bovenstaande vorderingsbevoegdheid wanneer deze op termijn zal
worden uitgebreid tot verleende en rechtens onaantastbaar geworden
bouwvergunningen. Wij verzoeken u onze reactie te betrekken bij uw standpuntbepaling over het wetsvoorstel. Vereniging van Nederlandse Gemeenten w.g. 1) Gebaseerd op de Handleiding overheidstarieven 2005 van het ministerie van Financiën.
|



